Waarom “visie” belangrijker is dan een trucje
Veel baasjes komen bij een hondenschool of trainer terecht wanneer ze het even niet meer zien zitten. Ze hopen – heel begrijpelijk – dat iemand het probleemgedrag snel kan “oplossen”. In de praktijk lukt dat zelden met één trucje of één oefening.
Wat we vaak zien: honden belanden te snel in situaties waar ze (nog) niet klaar voor zijn. Overprikkeling, verkeerde timing of “oplossingen” die stress toevoegen, maken het gedrag niet beter maar net moeilijker.
Bij Dog sur Mer vertrekken we daarom niet vanuit “wat moeten we doen?”, maar vanuit “wat is er aan de hand en waar kunnen we sturen?”. Dat doen we met een helder kader: de Black Box visie.
Wetenschappelijk, beloningsgericht en hond-centrisch
“Beloningsgericht” en “positief” zijn woorden die je vandaag overal hoort. Jammer genoeg blijkt het in de praktijk soms een loze belofte: er wordt alsnog gewerkt met druk, straf of technieken die de stress verhogen.
Onze begeleiding is gebaseerd op de wetenschappelijke kennis die momenteel beschikbaar is over leren, stress, prikkelverwerking en gedragsverandering. En er is uiteindelijk maar één die beslist of iets werkt: de hond zelf.
Daarom werken we niet dogmatisch met één “methode als religie”. We kiezen wat past bij jou en je hond — maar altijd binnen hetzelfde kader: veiligheid, welzijn, leerbaarheid en vertrouwen.
Visie, methodiek en technieken: geen begrippenknoop
We gebruiken drie woorden, telkens op een ander niveau: visie (kader), methodiek (aanpak) en technieken (oefeningen). De Black Box is voor ons in de eerste plaats een visie: een kader dat helpt kiezen waar je de hefboom zet.
Pas daarna kiezen we de methodiek (hoe bouwen we dat op?) en de technieken (welke oefeningen gebruiken we?) die passen bij het doel en bij de hond.
De Black Box visie: waar ontstaat gedrag?
Gedrag ontstaat niet “zomaar”. Het is het resultaat van drie beïnvloedbare onderdelen: prikkels (omgeving), de black box (wat er vanbinnen gebeurt) en het gedrag (wat je ziet). En wat er daarna volgt (de feedback) bepaalt mee wat de hond volgende keer zal doen.
Als gedrag vastloopt, trekken we dus niet blind aan het gedrag zelf. We zoeken eerst waar de hefboom zit: in de prikkels, in de black box (emotie/stress/verwachting), in het gedrag, of in de feedback die het gedrag onbedoeld in stand houdt.
Alles vertrekt vanuit één doel: het welzijn van je hond. Een hond die zich veilig en leerbaar voelt, kan groeien. Een hond die over zijn drempel gaat, probeert te overleven — en leert niet echt bij.
Daarom integreren we groepscontext (hondenschool, drukke omgevingen, veel honden en mensen) pas wanneer je hond relatief rustig kan blijven. Is die leerbaarheid er niet, dan heeft “meer prikkels” zelden zin: het maakt het vaak net moeilijker.
Het gedrag van de hond door de ogen van de hond
Honden bekijken de wereld anders dan wij. Kort door de bocht: gedrag dat voor de hond iets oplevert, neemt toe. Gedrag dat niets oplevert of onaangenaam is, neemt af.
Belangrijk: het is de hond die bepaalt wat “iets oplevert”. Het is dus niet omdat jij “de les leest”, dat je hond dat ook zo ervaart. Die kan evengoed denken: “Leuk, ik krijg eindelijk aandacht.” — en dus wordt gedrag onbedoeld beloond.
Niet onze intentie telt, maar hoe de hond de situatie en het gevolg beleeft. Daarom werken we consequent beloningsgericht en drempelbewust.
Het gedrag van de hond door de ogen van de geleider
Voor ons is gedrag meestal gewenst of ongewenst. En precies daar ontstaat vaak ruis — zelfs binnen één gezin. Wat voor de ene “mag”, is voor de andere “not done”.
Daarom maken we regels graag duidelijk en vooral consequent: altijd of nooit werkt beter dan “soms”. Hoe voorspelbaarder de regels, hoe makkelijker de hond keuzes kan maken.
“Fout gedrag” bestaat eigenlijk niet: gedrag heeft altijd een functie. Happen, springen, blaffen, bijten of snuffelen zijn normale gedragingen voor een hond. Of dat gedrag voor ons gewenst is, hangt af van context en veiligheid.
Onze mindset is dus niet: “afleren”. Wel: aanleren wat wél werkt, en de hond daarin succesvol maken. Een handig uitgangspunt hierbij: handen geven eerst, nemen komt daarna.
En hoe vertalen we die visie naar begeleiding?
De Black Box visie zegt vooral: waar kunnen we sturen om gedrag te veranderen. De concrete opbouw — hoe we voorkomen, versterken en (indien nodig) onderbreken — hoort bij onze werkwijze.
Wil je weten hoe we dat praktisch aanpakken (PRT, opbouw, signalen, technieken, …)? Dan zit je op de juiste plek bij onze werkwijze.